Jeugd
De jeugdhulp in Nederland staat onder druk. Landelijk nemen de complexiteit van hulpvragen en de instroom in zwaardere vormen van ondersteuning toe. Gemeenten werken binnen de Hervormingsagenda Jeugd aan meer preventie, normaliseren van hulp en het terugdringen van onnodig zware zorg. Tegelijkertijd stijgen de kosten, vooral waar verblijf noodzakelijk is. Deze ontwikkeling raakt alle regio’s in Nederland, maar komt in Zuid ‑ Limburg extra scherp naar voren door demografische trends, spreiding van voorzieningen en een relatief hoge inzet van verblijf.
De kosten stijgen en de vraag blijft complex. De lokale cijfers laten zien dat de jeugdhulp zich de afgelopen jaren steeds meer richting zwaardere vormen van ondersteuning heeft ontwikkeld. Het aantal jeugdigen in de ambulante jeugdhulp is in 2025 licht gestegen ten opzichte van 2024, terwijl het gebruik van zwaardere vormen van jeugdhulp sterker is toegenomen. Zo steeg het aantal jeugdigen onder jeugdbescherming van 18 naar 20 en nam het aantal crisissituaties toe. Deze ontwikkeling naar zwaardere ondersteuning draagt bij aan de stijgende kosten, ook wanneer het totale aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt beperkt groeit. Deze ontwikkeling gaat verder in 2026.
Dit is ook zichtbaar in de financiële cijfers. De totale kosten voor jeugdhulp in Stein zijn gestegen van € 6,7 miljoen in 2023 naar € 7 miljoen in 2024 en € 7,9 miljoen in 2025. Voor 2026 wordt een bedrag van € 8,3 miljoen verwacht. De grootste financiële druk ligt bij jeugdhulp met behandeling en verblijf. De kosten voor behandeling stegen van € 3,9 miljoen in 2025 naar € 4,2 miljoen in 2026, naar verwachting. Binnen verblijf overig stegen de kosten van € 450.000 in 2024 naar € 700.000 in 2025. Ook bij gezinsgericht verblijf, doelgroepenarrangementen (DGA) en jeugdbescherming zijn stijgingen zichtbaar.
Voor 2027 wordt een verdere stijging van de totale kosten voor jeugdhulp verwacht tot circa € 8,7 miljoen. Om de begroting aan te laten sluiten bij de actuele kostenontwikkeling is voor 2027 een incidentele bijstelling van circa € 600.000 nodig. Hiervan heeft € 250.000 betrekking op jeugdhulp met behandeling en € 300.000 op verblijf overig. De resterende bijstelling betreft kleinere stijgingen binnen onder meer gezinsgericht verblijf, doelgroepenarrangementen en jeugdbescherming.
Regionaal zien we hetzelfde patroon: een kleine groep jeugdigen doorloopt zeer intensieve en langdurige trajecten, waardoor de financiële druk sterk toeneemt. De regionale prognose laat twee mogelijke paden zien: een sterk stijgende lijn richting 2030 (boven €118 miljoen) of een gematigder stijging waarbij stabilisatie optreedt rond €97 miljoen. De regionale conclusie luidt: “De financiële ruimte voor transformatie ligt bij trajectduur en zorgzwaarte, niet bij tarief of volume.” Dit betekent dat structurele keuzes pas verantwoord zijn wanneer duidelijk is hoe de nieuwe contracten (2028) en de Hervormingsagenda uitwerken op trajectduur en zorgzwaarte.
Een relatief kleine groep jeugdigen maakt gebruik van zwaardere vormen van jeugdhulp en vertegenwoordigt daarmee een aanzienlijk deel van de totale kosten. In 2026 ging het om meer dan 20 jeugdigen binnen jeugdbescherming en meer dan 20 jeugdigen met verblijf, met of zonder behandeling. De stijgende kosten hangen samen met complexere hulpvragen, langere trajecten en schaarste aan passende regionale capaciteit.
De structurele effecten van de Hervormingsagenda Jeugd, de regionale herinrichting en de nieuwe segmentoverstijgende aanbesteding zijn in 2027 en 2028 nog niet volledig zichtbaar. Daarom wordt voorgesteld de benodigde budgetten voor deze jaren incidenteel bij te stellen. Voor 2029 en verder wordt vooralsnog geen structurele ophoging voorgesteld, omdat wordt verwacht dat de effecten van de hervormingen dan meer zichtbaar worden.
In 2027 wordt daarnaast gewerkt aan de voorbereiding van de segmentoverstijgende aanbesteding, die in 2028 ingaat. Door verblijf integraal in te kopen, wordt meer samenhang en betere sturing beoogd. 2027 staat daarmee in het teken van het opvangen van de huidige financiële druk en het voorbereiden van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp.
