Home

Financiële begroting

Uitgangspunten begroting 2027

Bij de samenstelling van de begroting 2027 is rekening gehouden met onderstaande uitgangspunten. Deze worden kort toegelicht.

Algemeen

  • De begroting 2027 is samengesteld op basis van bestaand beleid;
  • Het Coalitieakkoord 2026-2029 is volledig vertaald in de begroting 2027-2030;
  • Budgetten zijn, voor zover mogelijk, onderbouwd met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens (de zgn. APK’s);
  • Stelposten zijn geactualiseerd;
  • De begroting heeft een reëel ambitieniveau;
  • Nog niet toe te rekenen bedragen worden via een stelpost inzichtelijk gemaakt;
  • De ramingen van zowel exploitatielasten als investeringsbedragen die betrekking hebben op BTW compensabele posten en BTW-plichtige posten zijn exclusief de te verrekenen BTW opgenomen;
  • De verplichte beleidsindicatoren zijn weergegeven in een extra bijlage;
  • Alle bedragen in de tabellen zijn x € 1.000

Loon- en prijsinflatie

  • Voor de uitgangspunten van de loonkosten verwijzen wij naar paragraaf bedrijfsvoering. Voor 2027 is de CAO verhoging in de programma's verwerkt.
  • Aan de lastenkant is in de meerjarenbegroting daar waar nodig rekening gehouden met prijsontwikkelingen. De indexpercentages genoemd in de kaderbrief zijn leidend geweest voor het opstellen van deze begroting. Voor 2027 en verder is er rekening gehouden met 2,8%.

Belastingen en tarieven
      Betreffende het belasting- en tariefbeleid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • In de programmabegroting 2027-2030 is het opbrengstvolume van de OZB voor 2027 met 2,3 % verhoogd. De verhoging voor de jaren 2028-2030 bedraagt 3.5 %, 3.1 % en 3,1 %. Dit heeft betrekking op de inflatie;
  • Bij de bepaling van de tarieven voor de afvalstoffenheffingen en de rioolheffingen wordt uitgegaan van 100% kostendekking;
  • In de programmabegroting 2027-2030 is het tarief van de toeristenbelasting voor 2027 met 2,3 % verhoogd. De verhoging voor de jaren 2028-2030 bedraagt 3.5 %, 3.1 % en 3,1 %. Dit heeft betrekking op de inflatie;
  • In de programmabegroting 2027-2030 is het opbrengstvolume van de leges, met uitzondering van de leges burgerzaken, niet gewijzigd. Bij burgerzaken kunnen de aantallen en dus ook het volume fluctueren. Bij de vaststelling van de legestarieven, wordt daar waar van toepassing, rekening gehouden met wettelijk gestelde maxima;
  • De huurtarieven voor de binnensportaccommodaties (sport- en gymzalen) worden geindexeerd met de gecombineerde index van 2.3 %. De tarieven voor de buitensportaccommodaties worden contractueel bepaald door de CBS indexeringen.
  • Kostendekkingsplannen zijn in principe kaderstellend voor de tariefbepalingen.

Kapitaallasten

  • Afschrijving op investeringen vindt voor het eerst plaats in het jaar ná het jaar van ingebruikname/investeren. Er vindt dus géén afschrijving plaats in het jaar van investeren.
  • Voor de berekening van kapitaallasten van nieuwe investeringen wordt het gemiddelde investeringsmoment gesteld op 1 juli van het jaar. Daarom wordt in het jaar van investeren een half jaar rente als last in de begroting opgenomen.
  • Bij de berekening van kapitaallasten wordt voor 2027 en verder de renteomslag gehanteerd.
  • Voor bestaande activa wordt de rente berekend op basis van de zgn. ‘renteomslag’. Dit percentage is bij de begroting 2027 opnieuw berekend. Berekening heeft plaatsgevonden op basis van de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar.
Deze pagina is gebouwd op 10/13/2026 15:30:52 met de export van 10/13/2026 15:22:13