Paragrafen

Financiering

Rente

Rentebeleid
In de afgelopen jaren is de inflatie sterk opgelopen door verschillende factoren. Tijdens het economisch herstel na de coronapandemie in 2021 werd de belangrijkste oorzaak van stijgende prijzen in wereldwijde leveringsproblemen gezocht. De uitbraak van de oorlog in Oekraïne en het
vervolgens dichtdraaien van de gaskraan door Rusland leidden in 2022 tot sterkte stijgingen van de energie- en voedselprijzen. In 2023 begonnen ook de lonen aanzienlijk te stijgen. In het daaropvolgende maatschappelijke debat werd gesproken over de rol van verbeterde winstmarges door bedrijven aan inflatie, waarbij zorgen werden geuit over een mogelijke loon-prijsspiraal.

Deze aanhoudend hoge inflatie dwong centrale banken wereldwijd tot agressieve renteverhogingen, wat zorgde voor aanzienlijk hogere rentes op de geld- en kapitaalmarkt. Hoewel de inflatie daarna een dalende trend liet zien en centrale banken de rente aanvankelijk weer wat lieten zakken, is de onzekerheid in september 2026 opnieuw toegenomen. Door opgelopen geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten en hardnekkige prijsdruk zijn centrale banken zoals de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) recent weer overgegaan tot renteverhogingen om de inflatie richting de doelstelling te stabiliseren.

De markt houdt ook voor de nabije toekomst rekening met aanhoudende volatiliteit en mogelijke extra rentestappen. Deze onzekerheid op de kapitaalmarkt heeft directe invloed op de rentelasten van onze nieuw aan te trekken langlopende geldleningen, de herfinancieringsrisico's en de renterendementen op onze tijdelijk overtollige liquide middelen binnen het schatkistbankieren.

Bij de berekening van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het financieringstekort tot aan het kasgeldlimiet 1,5% en daarboven is voor 2027 en verder uitgegaan van 2,5%.
Onvoorziene renteontwikkeling met de huidige economische onzekerheden heeft uiteraard invloed op de financieringskosten van de gemeente Stein. Een wijziging van het rentepercentage met 1% zal, op basis van het geraamde financieringstekort, leiden tot meer of minder rente van circa
€ 490.000.

Rente omslagpercentage
De renteomslag is berekend conform de nota rentenotitie van de commissie BBV. Vanwege het inzicht in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening is onderstaand renteschema opgenomen. Het rente omslagpercentage wordt berekend door de totale rentekosten te delen door het totaal geactiveerd bedrag. De totale rentekosten bestaan uit de rente voor vaste geldleningen, de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (reserves) en de rente van de financieringsbehoefte. Het omslagpercentage voor de begroting 2027 is per 9 juli 2026 berekend en afgerond op 1,75%.

Renteschema:

2026

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering:

- Externe rente Vaste geldleningen

 €        570.123

- Externe rentelasten financiering investeringen

 €        429.488

- Externe rentelasten financieringstekort 

 €     1.157.753

b.

De externe rentebaten

-/-

 €          45.819

Totaal door te rekenen externe rente

 €    2.111.544

c.

De rente die aan de grondexploitaties

moet worden doorberekend

-/-

 €                  17.206

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende

taakveld moet worden

doorberekend

-/-

 €                  339.252

 -/- 

 €        356.458

Saldo door te rekenen externe rente

 €     1.755.087

d1.

Rente over eigen vermogen+voorz.

 €       845.579

d2.

Rente over voorzieningen (CW)

De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht

 €     2.600.665

Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

e.

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht

 €     2.589.864

Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

f.

Saldo renteresultaat taakveld treasury

 €        10.802

Rentevisie
De rentetarieven op de geld- en kapitaalmarkt zijn in belangrijke mate afhankelijk van de macro-economische ontwikkelingen en de beheersing van de inflatie. Hoewel de inflatie in de eurozone na een eerdere piek een dalende trend liet zien, is de prijsdruk in de loop van 2026 weer aangewakkerd. Dit is onder andere het gevolg van aanhoudende geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten en de daarmee samenhangende druk op de energiemarkten.

Als reactie op deze hardnekkige inflatie heeft de ECB haar monetair beleid aangescherpt. Waar in 2025 nog sprake was van renteverlagingen, heeft de ECB in 2026 het roer omgegooid en de belangrijkste beleidsrentes (zoals de depositorente) stapsgewijs weer verhoogd naar 2,50%.

Door deze hernieuwde dynamiek en de aanhoudende geopolitieke en economische onzekerheden blijft de middellange- en langetermijnrente volatiel. Dit brengt onzekerheid met zich mee voor de raming van onze toekomstige financieringslasten en de te hanteren omslagrente voor de komende begrotingsperiode. Door de grote mate van onzekerheid blijft het lastig een rentevisie op te schrijven.

Hoewel de voorspelbaarheid van de rente zeker op langere termijn gering is, kan het toch wenselijk zijn tendensen aan te geven die als basis kunnen dienen voor het sluiten van transacties. Daarbij worden een aantal vuistregels gehanteerd:

·          De rente van vaste leningen is door de lange looptijd financieel van groter belang dan de rente van leningen met een korte looptijd.
·          Bij een verwachte daling van de lange rente wordt het aantrekken van vaste langlopende leningen zoveel mogelijk uitgesteld tot de rentedaling is ingetreden.
·          Bij een verwachte stijging van de lange rente vindt consolidatie plaats van korte schuld (korte schuld wordt omgezet in langlopende leningen).
·          Bij een te verwachten stabiele renteontwikkeling wordt in de actuele financieringsbehoefte voorzien met de financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente dragen.

  • Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de regelgeving biedt.    
Deze pagina is gebouwd op 10/13/2026 15:30:52 met de export van 10/13/2026 15:22:13